Duitse kliniek krijgt computer die ziektes opspoort

Binnenkort wordt in een Duitse kliniek in Marburg een zogeheten IBM-computer gebruikt die ziektes en symptomen herkent en een diagnose kan stellen. Nu wordt dat nog gedaan door specialisten.

Dit schrijft Trouw. “De computer genaamd Dokter Watson gaat de arts assisteren, niet vervangen”, zegt Jürgen Schäfer, hoofd van de kliniek, tegen de krant.

Het probleem met zeldzame ziektes is dat het er veel zijn, inmiddels zo’n 7.000 in Duitsland. Een land als Duitsland telt meer dan vier miljoen patiënten met een zeldzame ziekte. De meeste artsen kennen niet alle ziektes en symptomen.

Doorbraak

De computer herkent deze ziektes wel doordat hij aangesloten is op bijna alle medische databanken. De computer zit nog in een testfase. Zijn oordeelvermogen is getoetst op vijfhonderd bekende gevallen en bij een tiental nieuwe patiënten.

“Er zijn meer computersystemen die hun meerwaarde leveren in de medische praktijk”, zegt Bert Kappen, hoogleraar neurale netwerken en machine intelligentie van de Radboud Universiteit in Nijmegen, tegen Trouw. “Het is de vraag of deze groep uit Marburg hierin een doorbraak heeft bereikt.”

Bron: NU.nl

‘Oudere moeders kunnen baat hebben bij IVF-behandeling’

Vrouwen die na hun veertigste nog moeder worden, hebben mogelijk baat bij het ondergaan van een IVF-behandeling. Onderzoekers van de universiteit van Adelaide vonden bewijs dat de kans op aangeboren afwijkingen bij de baby afneemt door de behandeling.

De onderzoekers vergeleken de gegevens van bijna 350.000 kinderen geboren in de periode van 1986 tot 2002 in Zuid-Australië. Ruim 300.000 kinderen werden zonder medische ingrepen verwekt, 2.200 kinderen na een IVF-behandeling en 1.400 kinderen na een intracytoplasmatische sperma-injectie (het inbrengen van één spermacel in een eicel).

Op die groep werd uitgerekend dat het aantal aangeboren afwijkingen bij ongeveer 5,7 procent van de kinderen voorkwam die geboren zijn zonder medische ingrepen. Bij kinderen die na een IVF-behandeling werden geboren was dat 7,1 procent en bij kinderen geboren na een intracytoplasmatische sperma-injectie (ICSI) 9,9 procent.

Bij moeders die dertig jaar waren bij de geboorte van hun kind liep het risico op een aangeboren afwijking op tot 11,3 procent als het kind na een medische ingreep werd geboren. Bij moeders die veertig waren bij de geboorte van hun kind nam dit risico juist af: naar 3,6 procent.

‘Opmerkelijk’
De onderzoekers noemen de bevindingen ‘opmerkelijk’. “We weten uit voorgaande studies dat bij geboortes na een medische behandeling de kans op aangeboren afwijkingen toeneemt. We weten ook dat de kans op aangeboren afwijkingen toeneemt naarmate de moeder ouder wordt. Wij hebben nu ontdekt dat dat echter niet hoeft te betekenen dat het gebruik van een medische ingreep bij oudere moeders de kans op aangeboren afwijkingen nog verder doet toenemen.”

De wetenschappers benadrukken in het blad Obstetrics & Gynaecology dat het belangrijk is dat er meer onderzoek wordt gedaan naar de effecten van de medische ingrepen bij moeders.

Door: NU.nl

Overleving na hartstilstand is ruim verdubbeld

Het aantal mensen dat buiten een ziekenhuis sterft aan een hartstilstand is sterk gedaald door inzet van vrijwilligers en door mobiele defibrillatoren (AED’s).

Ongeveer zestienduizend mensen krijgen een hartstilstand terwijl zij niet in het ziekenhuis liggen. Midden jaren negentig was de overlevingskans 9 procent, inmiddels is dit opgelopen tot gemiddeld 23 procent. Dat blijkt uit blijkt uit een maandag gepubliceerd onderzoek van de Hartstichting.

Direct reanimeren door omstanders verdubbelt de overlevingskansen van mensen met een hartstilstand. Hun kwaliteit van leven na afloop is over het algemeen goed.

Directeur Floris Italianer van de stichting noemt de overlevingscijfers ‘uiterst bemoedigend’. Het werven van zogenoemde burgerhulpverleners is volgens hem heel belangrijk. ” We hebben nog 30 duizend burgerhulpverleners nodig om slachtoffers van een hartstilstand binnen die cruciale zes minuten hulp te kunnen bieden.”

Defibrillatoren

Ondanks de goede cijfers zijn nog steeds te weinig defibrillatoren beschikbaar, waarschuwt het Rode Kruis maandag. De organisatie spreekt van een “schrikbarend laag” aantal. Ook is het totaal aantal geregistreerde AED’s vooral in Flevoland, Drenthe en Zeeland “zorgwekkend”.

De helft van het aantal AED’s is alleen op bepaalde tijden beschikbaar. “Dat moet anders, want een AED redt levens”, aldus Suzanne Laszlo, manager Hulpverlening & Vrijwilligersmanagement van het Rode Kruis.

In de database van het Rode Kruis staan op dit moment 26.807 AED’s vermeld, terwijl er volgens de organisatie in heel Nederland tussen de 80.000 en 100.000 AED’s verkocht zijn.

Bron: NU.nl/ANP

‘Toezicht nodig op sociale media bij reclame voor kinderen’

De Europese Commissie wil reclame op sociale media die gericht is op kinderen, onderwerpen aan strengere regels en beter toezicht.

Door de nieuwe richtlijn kan het Commissariaat voor de Media ook de makers van online video’s, zoals vlogs, gaan aanspreken op het maken van reclame gericht op kinderen.

Dit zegt voorzitter Madeleine de Cock Buning van het commissariaat zaterdagavond in het televisieprogramma Kassa (BNNVARA).

Tot nu toe kon dat alleen bij radio en televisie. Online zal productplaatsing in programma’s die vooral gericht zijn op kinderen ook niet meer worden toegestaan, net als reclame voor ongezonde producten.

Waar reclame wordt gemaakt, moet dat duidelijk zijn aangegeven. Platforms als Youtube wordt gevraagd betere maatregelen te nemen om kinderen af te schermen van schadelijke content als extreem geweld en seks.

Bron: ANP

Kieskeurigheid bij peuters is volgens onderzoekers sterk genetisch bepaald

Kieskeurigheid en het niet willen proberen van nieuw voedsel bij peuters zit deels in de genen.

Genen spelen dan ook een grotere rol bij moeilijk eetgedrag dan de opvoeding, aldus onderzoekers van University College Londen. Zij analyseerden gegevens van 1.921 families met tweelingen van zestien maanden oud.

De Britten zochten de oorzaken van twee gedragingen, die vaak samengaan: kieskeurigheid (weinig soorten voedsel willen eten) en voedselneofobie (geen onbekend voedsel willen proberen).

De wetenschappers stelden vast dat afwijkingen in kieskeurigheid even sterk beïnvloed werden door genen als door de omgeving. Bij voedselneofobie was de invloed van de genen ook groot, maar speelde de omgeving veel minder sterk mee. De onderzoekers gebruikten hiervoor een methode genaamd ‘kwantitatieve genetische modellering’.

De precieze resultaten van het onderzoek zijn gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Child Psychology and Psychiatry.

Opluchting

Onderzoeksleider Andrea Smith concludeert dat ouders zich niet geheel verantwoordelijk hoeven te voelen voor het moeilijke eetgedrag van hun kinderen.

“Onze resultaten zijn wellicht een grote opluchting voor ouders die zich schuldig voelen over de kieskeurigheid van hun kinderen. Het besef dat deze eigenschap aangeboren is, kan dit schuldgevoel helpen verminderen”, aldus Smith.

Smith benadrukt dat de bevindingen ouders niet ontslaan van alle verantwoordelijkheid. Eetgedrag is met goede opvoeding wel veranderbaar.

Bron: NU.nl