Groter aanbod donornieren door speciale nierteams

Het inzetten van speciale nierteams, die voorlichting geven aan familie en vrienden van nierpatiënten over doneren van een nier, lijkt succesvol. Het aanbod van donornieren is naar schatting vier tot vijf keer toegenomen sinds de oprichting een jaar geleden.

Begin vorig jaar gingen acht van deze voorlichtingsteams, bestaande uit een psycholoog en een transplantatiecoördinator, aan de slag. Zij leggen tijdens bijeenkomsten uit hoe ingrijpend en belastend het is voor een nierpatiënt om te dialyseren. Vervolgens worden de alternatieven besproken, waaronder donatie door een levende donor.

Professor Willem Weimar, nierspecialist bij het Erasmus MC in Rotterdam en landelijk projectleider van de nierteams, is zelf verrast over de uitkomsten.

“Het blijkt dat een bekende van een nierpatiënt sneller een nier doneert wanneer hij van een nierteam met een onafhankelijke transplantatiedeskundige en een psycholoog hoort wat de ziekte werkelijk inhoudt, dan wanneer hij het van de patiënt zelf hoort. Zeker wanneer ze horen dat als je niets doet, de bewuste neef of buurman binnen tien jaar overlijdt”, zo zegt de professor in Trouw.

Een donatieproces voor een nier verloopt normaal gesproken via het ziekenhuis. De medisch specialist en de patiënt gaan dan samen op zoek naar een potentiële donor, waarna er onderzoeken volgen. De speciale nierteams zoeken breder en actiever naar mensen die een nier willen afstaan, wat lijkt te werken.

Bron: ANP/NU.nl


Overlevingskans na levertransplantatie bij kinderen toegenomen

De overlevingskans na levertransplantatie bij kinderen is met 12 procent gestegen in de afgelopen twintig jaar.

Dat maakte het UMC Groningen (UMCG) woensdag bekend.

Van de kinderen die in de afgelopen tien jaar in Nederland een donorlever ontvingen, was 83 procent na vijf jaar nog in leven. Tien jaar daarvoor was dat nog 71 procent. De resultaten van kinderen die een donorlever van een levende donor ontvingen zijn volgens het universitaire ziekenhuis nog beter. Na vijf jaar is 95 procent van hen nog in leven. Bij zo’n transplantatie staat een levende donor, meestal een van de ouders, een stuk lever af aan zijn of haar kind.

De onderzoekers bekeken gegevens van kinderen die in de periode 1995-2016 een levertransplantatie ondergingen in het UMCG. In Nederland worden jaarlijks ongeveer 150 levertransplantaties verricht, waarvan tegenwoordig ongeveer twintig bij kinderen.

Volgens het ziekenhuis kunnen de goede uitkomsten vooral verklaard worden door verbeterde operatietechnieken, selectiever gebruik van afweer-onderdrukkende medicijnen, betere infectiebestrijding en antistolling. Ook de planning van operaties speelt een rol. Door een ruime planning van tevoren kan zowel de patiënt als donor in optimale conditie zijn. Ook worden operaties vaker gelijktijdig in hetzelfde ziekenhuis uitgevoerd, waardoor de lever korter buiten het lichaam is.

Bron: ANP/NU.nl


Vrouwen voor het eerst vaker dood door kanker dan door hart- en vaatziekten

In 2016 stierven vrouwen voor het eerst vaker aan kanker dan aan hart- en vaatziekten, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van de 149.000 inwoners van Nederland die in 2016 overleden, stierf 30 procent aan kanker en 26 procent aan hart- en vaatziekten.

Er stierven toen 20.700 vrouwen aan kanker en 20.500 aan hart-en vaatziekten. Longkanker is veelal de boosdoener.

Sinds 1970 is het aantal doden door kanker zowel bij mannen als bij vrouwen toegenomen, meldt het CBS, maar dat door hart- en vaatziekten gedaald.

”Hoewel het absolute aantal sterfgevallen aan kanker jaarlijks toeneemt, neemt het relatief gezien af. Als rekening wordt gehouden met de bevolkingsgroei en de vergrijzing, is de kankersterfte sinds eind jaren tachtig gedaald”, aldus het CBS.

“De daling is vooral bij mannen opgetreden. Bij vrouwen is de daling gering, vooral door de toename van longkankersterfte, die samenhangt met het rookgedrag van enkele decennia geleden.”

Bron: ANP


Hielprik bij pasgeboren baby wordt komende jaren uitgebreid

De hielprik die bij pasgeboren baby’s wordt gedaan, wordt uitgebreid en gaat op den duur op 31 ziektes testen. Eerder werd een baby op negentien ziektes getest. Dat heeft staatssecretaris Blokhuis van Volksgezondheid donderdag bekendgemaakt. De twaalf nieuwe ziektes worden tot 2022 geleidelijk aan de test toegevoegd.

Jaarlijks wordt bij circa 180 pasgeborenen door middel van de hielprik een ziekte opgespoord. Door de uitbreiding van de test zouden naar schatting bij nog eens twintig tot veertig kinderen een ernstige aandoening worden opgespoord.

Bij de hielprik worden enkele druppels bloed afgenomen uit de hiel van het kind, bedoeld om erfelijke ziektes op te sporen. De niet-verplichte prik wordt uitgevoerd in de eerste week na de geboorte van het kind en is gratis.

Volgens het ministerie kunnen de ziektes die door de prik worden gevonden in de meeste gevallen niet worden genezen, maar zijn vele van hen wel te behandelen.

In 2015 adviseerde de toenmalig minister van Volksgezondheid Edith Schippers al om de hielprik met uit te breiden. Begin 2017 werden vervolgens al twee nieuwe soorten aandoeningen (alfa-thalassemie en bèta thalassemie) aan de hielprik toegevoegd. Beide aandoeningen zijn erfelijke afwijkingen van het eiwit hemoglobine, dat belangrijk is bij het vervoeren van zuurstof door het bloed.

Bron: NU.nl


‘Mensen met traumatische jeugd hebben verhoogde kans op hart-en vaatziekten’

Mensen die als kind of tiener traumatische gebeurtenissen hebben ondervonden zoals misbruik of pesten, zouden als volwassenen een verhoogde kans op hart-en vaatziekten hebben. Dat meldt de Amerikaanse Heart Association in een artikel dat werd gepubliceerd in hun uitgave Circulation.

Het artikel is gebaseerd op een evaluatie van het bestaande wetenschappelijk onderzoek dat werd gepubliceerd in medische vaktijdschriften, waaruit blijkt dat mensen met een schadelijke jeugd later vaker aandoeningen als hart- en vaatziekten, kransslagaderaandoeningen, hartaanvallen en beroertes krijgen dan mensen met een normale jeugd.

Kinderen hebben volgens het onderzoek een traumatische jeugd wanneer er sprake is van emotioneel, fysiek of seksueel misbruik, verwaarlozing, pesten, thuisgeweld, discriminatie, armoede, een scheiding of een sterfgeval.

Hoe een dergelijke jeugd kan leiden tot hart- en vaatziekten op latere leeftijd, is nog niet precies bekend, maar uit het onderzoek blijkt dat gedrag, mentale gezondheid en biologische reacties op toegenomen stress allemaal een rol zouden kunnen spelen.

Stress

Een ongezonde reactie op stress, zoals bijvoorbeeld roken of te veel eten, zou een van de redenen kunnen zijn voor de verhoogde kans op hart- en vaatziekten en diabetes in deze groep volwassenen.

Het is bewezen dat chronische en steeds terugkerende stress die afkomstig is uit de jeugd, het risico op depressie, angsten en gedragsstoornissen vergroot, wat uiteindelijk kan leiden tot ongezond gedrag met als gevolg hart- vaat- en stofwisselingsziekten.

Niet alle kinderen met een schadelijke jeugd krijgen later te maken met deze ziekten. Bij hen zouden biologische, milieu, culturele en sociale factoren het risico op ziekte verlagen. Verder onderzoek om deze factoren beter te begrijpen zou volgens de onderzoekers in de toekomst kunnen leiden tot het ontwikkelen van preventieve strategieën.

Bron: NU.nl