170.000 mensen zijn hulpverleners bij reanimatie

In Nederland is een mijlpaal bereikt van 170.000 mensen die zich als burgerhulpverlener hebben aangemeld om zo nodig te helpen bij een reanimatie.

Volgens de Hartstichting is Nederland daarmee het eerste land ter wereld met een ”fijnmazig en landelijk netwerk van geregistreerde burgerhulpverleners die kunnen reanimeren wanneer zij een alarm ontvangen via een oproepsysteem”, aldus de organisatie maandag.

Volgens de Hartstichting is met dit aantal hulpverleners een flinke stap gezet richting de zogenoemde 6-minutenzone. Voor iemand die buiten het ziekenhuis een hartaanval krijgt en binnen zes minuten reanimatie krijgt, is de overlevingskans het grootst.

Mensen die voor zichzelf of voor hun beroep hebben geleerd te reanimeren, kunnen zich als burgerhulpverlener opgeven. Zij kunnen dan opgeroepen worden als er een hartstilstand plaatsvindt in hun regio.

Overlevingskans

Het aantal burgerhulpverleners stond in 2014 nog op 68.000, maar door inspanningen van diverse partners van de Hartstichting is dit aantal gestegen naar 170.000. Een volgende stap naar het optimaliseren van het landelijke oproepsysteem is volgens de Hartstichting het vergroten van het aantal beschikbare AED’s, ofwel defibrillatoren.

Als de 6-minutenzone goed werkt, kunnen er jaarlijks zo’n 2.500 levens worden gered, ongeveer zes per dag, aldus de Hartstichting.

Wekelijks worden ruim driehonderd mensen buiten het ziekenhuis getroffen door een hartstilstand. De overlevingskans na een hartstilstand is de laatste jaren gestegen. De kans was in de jaren negentig nog 9 procent, nu is dit gestegen naar bijna 25 procent.

Bron: ANP


Hoge concentraties gifstoffen aangetroffen in vijf handschoenmerken

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft de verkoop van vijf merken werk- en sporthandschoenen verboden. Uit onderzoek is gebleken dat ze te hoge concentraties van de giftige chemische stof chroom-VI bevatten.

De NVWA onderzocht in totaal 52 werk- en sporthandschoenen. Bij drie daarvan was het chroomgehalte zo hoog dat er sprake was van “een ernstig veiligheidsrisico”.

Voor de betreffende handschoenen was eerder al een oproep gedaan om ze niet langer te gebruiken en terug te brengen naar de winkel. Het gaat om handschoenen van Adidas, Cerva – Serin en RS Sports. Maar ook in de handschoenen Schwenkel Uvex Classic White en YSS Honkbalhandschoen zit te veel chroom-VI.

Chroom-VI kan onder meer allergische reacties veroorzaken maar bij inademing ook neusbloedingen, huiduitslag, maagzweren en zelfs lever- en nierschade of longkanker.

Sinds 1 mei 2015 is het verboden om lederwaren of voorwerpen met leren onderdelen te verkopen, wanneer deze een chroom-VI-gehalte hebben dat hoger is dan 3 mg/kg van het totale drooggewicht van het leer.

De NVWA koos ervoor om deze handschoenen te onderzoeken, omdat er tijdens onder meer het klussen en sporten gemakkelijk wrijving ontstaat tussen de handschoenen en de huid. Hierdoor wordt de kans op huidreacties verhoogd.

Bron: ANP/NU.nl


‘Verband gevonden tussen gewicht bij mannen en hartritmestoornissen’

Het boezemfibrilleren, een hartritmestoornis waarbij het hart sneller en vaak onregelmatig klopt, zou volgens onderzoekers bij mannen meer beïnvloed worden door een verhoogd gewicht dan bij vrouwen.

Dat schrijft een groep onderzoekers van verschillende universiteiten en gezondheidsinsintituten in het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Circulation. Ook zou het boezemfibrilleren dat ook wel atriumfibrilleren wordt genoemd, bij mannen een tien jaar eerder ontstaan dan dat dit bij vrouwen het geval is.

Tijdens het onderzoek werd gekeken naar gegevens van 79.793 mensen tussen de 24 en 79 jaar oud. Deze gegevens waren afkomstig uit vier grote Europese studies. Bij aanvang van de verschillende studies meldden de deelnemers geen klachten van hartritmestoornissen. De gemiddelde vervolgtijd van het onderzoek was 12 jaar. In deze twaalf jaar werd bij 4,4 procent van de vrouwen de aandoening geconstateerd. Bij mannen was dit 6,4 procent.

Net als in eerdere studies naar hart en vaatziekten zien we ook in deze studie dat vrouwen gemiddeld tien jaar ouder zijn dan mannen bij een eerste uiting van hart-en vaatziekten, in dit geval boezemfibrilleren. Rond een leeftijd van negentig jaar had het boezemfibrilleren zich voorgedaan bij 24 procent van de mannen en vrouwen.

BMI

Uit het onderzoek zou blijken dat het ontstaan van de stoornis verband hield met een verhoogde Body Mass Index (BMI). “Bij het boezemfibrilleren speelt bij mannen vooral overgewicht een rol”, aldus onderzoeker Hester den Ruijter, die zelf bij het onderzoek betrokken was. Den Ruijter doet bij het Universitair Medisch Centrum Utrecht onderzoek naar het verschil tussen mannen en vrouwen in het ontstaan van hart- en vaatziekten.

“Het effect van het BMI is bij mannen groter dan bij vrouwen. Daarom kan uit dit onderzoek geconcludeerd worden dat de invloed risicofactoren bij boezemfibrilleren bij mannen en vrouwen verschillen”, aldus Den Ruijter. Onderzoeker Christina Magnussen van de Universiteit Hamburg adviseert daarom mannen op basis van het onderzoek om gewicht te verliezen.

“Uit de resultaten blijkt dat een verhoogd BMI vooral nadelig is voor mannen, daarom is het van belang voor zwaarlijvige mannen of mannen met overgewicht om op een gezond gewicht te komen.” Den Ruijter legt daarnaast uit dat de resultaten van dit onderzoek bevestigen dat in vervolgonderzoek naar hart- en vaatziekten een verschil tussen mannen en vrouwen onderzocht moet worden.

Sekseverschil

De onderzoekers plaatsen bij hun onderzoek de kanttekening dat de manier waarop de resultaten zijn verzameld niks zegt over de oorzaak van het sekseverschil. Ook melden de onderzoekers dat bij aanvang van de studies mogelijk te weinig aandacht aan boezemfibrilleren zou zijn besteed. “Het kan zijn dat niet iedere deelnemer op hartritmestoornissen is gecontroleerd”, legt Den Ruijter uit. “Ook kan het zijn dat mensen geen klachten hadden, maar later wel klachten van boezemfibrilleren kregen. Deze klachten kunnen ook voor de volgende controle weer verdwenen zijn.”

Ook legt Den Ruijter uit dat in vervolgonderzoek nog beter gekeken kan worden naar het verschil in BMI tussen mannen en vrouwen. “Bij mannen en vrouwen slaat vet zich op andere plekken in het lichaam op. Mogelijk kan dit invloed hebben op de uitslag, maar dat moet blijken uit vervolgonderzoek.”

Bron: NU.nl


Feit of fabel: Welke informatie over handhygiëne klopt wel?

Voor de elfde keer wordt dit jaar op 15 oktober de internationale handenwasdag georganiseerd. Wat klopt er wel – en wat niet – over handhygiëne?

NU.nl legde een aantal stellingen over handhygiëne voor aan professor Andreas Voss, hoogleraar Infectiepreventie aan het Radboud Umc.

1: “Als je vaak je handen wast word je minder snel ziek”: feit

“Je moet er wel het goede moment voor kiezen. Voor contact met de slijmvliezen (mond, neus, oog), voor het eten en het bereiden ervan en nadat de handen vies zijn geworden, bijvoorbeeld door een bezoek aan de wc. Een andere indicatie is na het hoesten en niezen, wat vooral ter bescherming van anderen is.”

2: “Handen wassen zonder zeep is even effectief als met zeep”: fabel

“Het gewone zeep heeft uit zichzelf geen effect op micro-organismen. Zeep helpt wel om stoffen makkelijker van de huid te lossen. Het fysieke effect van zeep kan worden versterkt door de wrijving te verhogen door bijvoorbeeld het toevoegen van zand. In een studie over Clostridium difficile was schoon zand het meest effectief, maar niet het meest praktisch.”

3: “Het gebruik van de blazer in een toilet om je handen te drogen is onhygiënisch”: feit en fabel

“De micro-organismen van de (slecht gewassen) handen en die aan het apparaat zitten worden ook in de directe omgeving geblazen. Als anderen met vieze handen aan de binnenkant van de blazer komen, zouden ook schone handen weer contamineren. Hoewel het dus theoretisch mogelijk is, hoeft het niet altijd het geval te zijn en is het zeker beter dan het hergebruiken van een handdoek.”

4: “Je moet minstens een halve minuut je handen wassen”: feit en fabel

“In de genormeerde testmethodes worden vaste tijden gebruikt, maar in de praktijk wrijven mensen maar rond de 10 seconden. Ook kortere tijden hebben een effect, alleen minder hoog.”

5: “Afdrogen is net zo belangrijk als het handen wassen zelf”: fabel

“Hoewel een papieren handdoek een fysiek effect kan hebben, komt het grootste effect toch door het wrijven en afspoelen.”

6: “Een zeepblok werkt beter dan een zeepdispenser”: fabel

“Vloeibare zeep uit een dispenser werkt net zo goed als een blok zeep en heeft bovendien nog het voordeel niet gecontamineerd te zijn met micro-organismen die door anderen erop zijn achtergelaten. Op en in zeep kunnen micro-organismen overleven.”

7: “Op een gemiddeld toetsenbord zitten meer bacteriën dan op je toiletbril”: feit en fabel

“Hoewel er veel van deze studies zijn gedaan hebben ze weinig betekenis. Er wordt vaak niet gekeken naar het soort micro-organisme en het moment van de kweek, zoals net na het schoonmaken van de wc-bril of net hiervoor. Al deze vergelijken, zoals met een smartphone en geld, zijn weinig relevant. Alles in onze omgeving bevat micro-organismen en de mens draagt er zelfs meer in en op zich dan dat hij of zij humane cellen heeft.”

8: “De steunpalen in de trein of metro kun je beter vermijden om bacteriën te voorkomen”: feit

“Er plakt zeker van alles aan en soms ook micro-organismen die ons ziek kunnen maken, mits wij met de vieze handen aan onze slijmvliezen komen. Denk bijvoorbeeld aan griep en verkoudheid, die niet alleen via niezen en hoesten, maar ook via contact met de druppeltjes en aansluitend contact met de slijmvliezen, kunnen ontstaan.

De kans op ziekte lijkt mij overigens hoger door het niet vasthouden. Maak er gewoon gebruik van en was later je handen.”

Bron: NU.nl


Diabetes Fonds start campagne tegen suikergebruik in producten

Het Diabetes Fonds start deze week de campagne Halve Maatregelen, om zo het suikergebruik in producten onder de aandacht te brengen.

“Met de campagne willen we dat industrie en supermarkten de beloofde maatregelen versneld gaan invoeren. Daarnaast zal vanuit de consument met een petitie extra druk op industrie en politiek worden uitgeoefend”, aldus Hanneke Dessing, directeur van het Diabetes Fonds.

Volgens Dessing blijkt uit onderzoek dat de gemiddelde hoeveelheid suiker in producten de afgelopen jaren niet minder is geworden en dat beloftes en oplossingen van industrie en supermarkten nauwelijks tot geen effect hebben gehad of te lang op zich laten wachten.

“Ondertussen heeft 50% van de mensen in ons land overgewicht, met een verhoogde kans op het krijgen van ziektes zoals diabetes type 2, waar je je leven lang aan vastzit met alle consequenties van dien. Meer dan 1 miljoen Nederlanders heeft inmiddels diabetes type 2 en dat aantal groeit met 1100 per week”, aldus Dessing.

FNLI

Suzanne Rotteveel, woordvoerder van Federatie Nederlandse Levensmiddelen Industrie (FNLI), vindt het een goede ontwikkeling dat het Diabetes Fonds zich inzet voor de vermindering van suiker in producten, maar benadrukt dat er in Nederland al flink wordt ingezet op het probleem.

“In 2015 is er een akkoord gesloten tussen het FNLI, de horeca, cateraars, de branchevereniging van de supermarktbranche en food service (CBL) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Gezamenlijk hebben we ons het doel gesteld om voor 2020 de hoeveelheid suiker, vet en zout in producten te verminderen. Dat is in onder andere frisdranken, zuivel en groenteconserven al doorgevoerd”, zegt Rotteveel in een reactie tegen NU.nl.

Volgens de woordvoerder is een van de volgende punten het verwijderen en vervangen van suikers in appelmoes.

Rotteveel onderschrijft de stelling van het Diabetes Fonds dat teveel suiker in producten kan leiden tot Diabetes 2 en overgewicht, maar plaatst wel een kanttekening.

“Suiker heeft zeker een aandeel in overgewicht, maar daarnaast is het ook belangrijk hoe je verdere voedingspatroon is, en bijvoorbeeld hoeveel je sport. Overgewicht bestaat dus uit meer factoren dan alleen maar te veel suiker eten”, aldus de woordvoerder.

Door: ANP/NU.nl